Ik ben naargeestig, affreus, smakeloos, sneu,
Sadistisch, banaal, onverschillig, het leven beu.
Capricieus, ordinair, betweterig, onaardig
Emotieloos, hautain, het daglicht onwaardig.

Jij daarentegen bent bekoorlijk en gevat,
Spitsvondig, proper en gracieus als een kat.
Parmantig, onweerspreekbaar, weelderig, kordaat
Simpelweg het mooiste wezen dat er bestaat.

Ik prijs me gelukkig telkens als ik je zie,
Hoor in mijn oren een volmaakte melodie.
Maar ook sterf ik telkens een beetje van binnen,
Omdat ik weet dat ik je nooit voor me zal winnen.

Dat is de vloek die de verdorvenen dragen:
Ongeliefd en alleen tot het einde der dagen.

Af en toe word ik beticht van snobisme. Vaak wat betreft boeken, kleding en taal, maar daar ga ik het nu niet over hebben. Ik wil het over mijn snobisme over videogames hebben. Wat ik niet heb. Oké, een beetje. Ja: ik geloof dat videogames veel meer kunnen zijn dan enkel leuk en spannend, met als gevolg dat veel videogames die enkel dat zijn, dermate platvoers zijn dat ik ze niet aanraak. Er is veel te zeggen voor een game die heerlijk is om te spelen, maar het begint me te vervelen games te spelen die dat als enige hebben. Waar, vraag ik, waar is de inhoud?

Maar, en die maar wil ik graag onderstrepen, dat wil niet zeggen dat ik alleen hele vreemde spellen speel die niemand kent en arrogant doe over het feit dat ik ze wel ken. Want ik ben van mening dat er wel degelijk veel interessants te vinden is in populaire spellen, net als dat er veel interessants te vinden is in populaire films, of populaire boeken. Natuurlijk is “populair” overdreven, want de kijkcijfers van bijvoorbeeld Mad Men vallen in het niet bij iets verschrikkelijk platvloers als Jersey Shore. Dus natuurlijk is Mad Men met z’n miljoenen kijkers populair, maar de ultieme mainstream is het niet.

Enfin, waarom ik dit mede wil delen is omdat als je met een open blik durft te kijken naar wat gezien wordt als ‘mainstream’, niet een blik van snobisme (wat ik dus niet heb), dan zul je veel interessante dingen tegenkomen in die mainstream-kunst.

Assassin’s Creed is daar een voorbeeld van. Natuurlijk is Assassin’s Creed leuk om te spelen: het is geweldig om als omnipotente huurmoordenaar door het 16e eeuwse Florence te lopen, te klimmen en te sluipen. Als een adelaar op de mensen neer te kijken, vanuit de schaduwen werkend en onzichtbaar tot op het moment dat het te laat is voor je prooi. Dat is gewoon geweldig, en Ubisoft heeft het model alleen maar uitgebreider gemaakt met parachutes, bommen, pistolen, vergif, etcetera. Maar dat is slechts een van de redenen waarom Ezio’s verhaal een trilogie lang heeft gekost om tot een conclusie te komen.

Laten we kijken naar Ezio. Een rijke jongen van 17, levend in het 16e eeuwse Florence (Firenze als je een snob bent, wat ik niet ben). Knap koppie, sterk, vlotte babbel, had een baantje als bankier voor het oprapen, z’n leven is even zorgeloos als het stof op z’n laarzen. En dan, uit het niets, worden z’n vader en broers gevangen genomen. Hij leert over z’n vaders verleden als huurmoordenaar en wordt door de omstandigheden gedwongen de klederdracht van zijn vader over te nemen en te verrijzen als assassijn. Geen sterveling die had kunnen weten dat hij daarmee zijn lot had bezegeld.

Achter de gevangenschap van zijn familie bleek Umberto Alberti te zitten. Maar het is te laat, Ezio ziet zijn vader, grote broer en kleine broertje de kus des doods krijgen van de strop. Zelf moet hij vluchten met zijn moeder en zus, geen tijd om achterom te kijken, geen tijd om te rusten, te rouwen om z’n vermoorde vader en broers. Niet veel later vindt Ezio zichzelf in het midden van een web van complotten en oorlogen tussen de Tempelieren en de Assassijnen, waarvan de schaal hem pas in de zonsondergang van zijn leven compleet duidelijk wordt. Ondertussen blijft hij vechten, blijft hij vluchten, blijft hij vastgeketend in de boeien des doods. Voor hem geen uitweg, het enige wat hij zal kennen is moord en dood. Verdoemd tot een leven van schaduw en bloed.

De tol van dit leven uit zich pas in het laatste deel van de trilogie van Ezio, Assassin’s Creed Revelations. Ezio is oud, cynisch, wijs, maar tegelijk nog levendig, nonchalant en charmant als z’n 17-jarige zelf die hij decennia geleden heeft moeten opofferen voor het hogere doel van de Assassijnen. Vrienden heeft hij nauwelijks (Leonardo da Vinci, verder wat bondgenoten) en de warmte van een vrouw heeft hij enkel ervaren in “avontuurtjes van een paar uurtjes”. Het is dan ook heel vertederend, wanneer Ezio Sofia Sartor ontmoet, een Italiaanse. De tragiek is dat Ezio solaas en rust vindt in het gezelschap van Sofia, maar dat de skeletten in de kast hem blijven achtervolgen. Hij is niet in staat zichzelf los te rukken van zijn lot. Wanneer Ezio dit tracht te doen, wanneer hij Sofia vaker gaat zien en ze naar elkaar toe groeien, wordt dit afgestraft en wordt Sofia gekidnapt door de Tempelieren. Ezio weet haar te redden, maar dat ze elkaar nooit meer kunnen zien is duidelijk, en daarmee sterft Ezio’s enige en misschien wel laatste kans op een normaal leven, op een leven waarin hij weer even gelukkig kan zijn als hij was toen hij zeventien was. Assassin’s Creed 2, Brotherhood en Revelations zijn daarmee een hele mooie tragedie over zelfopoffering en spijt, een die ik iedereen kan aanraden die bereid is verder te kijken dan de oppervlakte en de meningen van anderen.

Het nummer ‘Enough for one life’ van Jesper Kyd is het themalied van Revelations, en het is een prachtige sommering van de Tragedie van Ezio. Het is niet episch, bombastisch of heftig. Het is juist heel sereen, ontroerend en melancholisch. Het is een voorbeeld van hoe schoonheid ook in de meest onverwachte plaatsen te vinden is. Ik hoop jullie nu een van die plaatsen te hebben laten zien.

Toen ik begon met Mad Men kijken, was ik tamelijk onder de indruk. Ik was vooral onder de indruk van het gevoel van afwerking van de show. Van de vouw van de pochets tot de boeken op de boekenplanken, alles lijkt te zijn zoals je verwachtte dat de jaren ’50 zouden zijn. Dit was zelfs zo erg, dat ook de personages perfect leken. Kijk naar Don, of Roger, of ieder ander persoon op de werkvloer: prachtig gekleed, goed verzorgd, spitsvondige dialogen, het was beangstigend. Of nee, niet beanstigend: afstotend. Want wat is er interessant aan perfectie? Niets. In het begin kon ik mij dus totaal niet identificeren met de personages. Maar hoezeer dat sentiment is veranderd naarmate de serie vorderde had ik nooit kunnen voorzien.

In mijn kamer in Maastricht heb ik drie prenten hangen van m’n favoriete televisieseries, waaronder een van Mad Men. Die prent symboliseert precies wat ik bedoel. Die prent is een portret van man en vrouw, Don en Betty Draper. Don doet de deur van een taxi open voor Betty. Het moment is tot op de puntjes goed afgebeeld. Beide zijn ze werkelijk prachtig. De galante man in een getailleerd pak met dunne das en perfect gevouwen pochet. Glad geschoren, haar strak naar achteren. De vrouw in een prachtige jurk, strak genoeg om te zien dat ze een vrouw is, losjes genoeg om te zien dat ze een dame is, tezamen met een stralende parelketting en oorbellen. Makeup zowel subtiel als oogverblindend. Perfectie. Die perfectie is echter schijn, want als je beter begint te kijken zie je dat de man en vrouw helemaal niet zo perfect zijn als ze ogen. Ze ogen kil, afwezig, hol. Ze zijn volgens onze maatstaven perfect, maar toch zijn ze ongelukkig, je ziet het in hun ogen. Om Don te citeren: “I can’t decide if you have everything, or nothing.” Beide zitten ze vast in de mal die hun perfectie heeft gecreëerd. Beide zitten ze vast in het conflict tussen hun ego en hun super-ego, zoals Freud het beschreef, oftewel tussen wat zij willen en wat van ze verwacht wordt. En dat, dat is precies wat Mad Men bijna onbeschrijflijk fantastisch maakt.

Een voorbeeld van het bovenstaande conflict in Mad Men is Betty, de vrouw van Don, het best afgebeeld in de eerdere seizoenen. Het is eind jaren ’50, dus van een vrouw wordt verwacht dat ze knap en verzorgd er uit ziet, leuk kan converseren en dat ze gelukkig is wanneer ze thuis het huishouden doet, de kinderen opvoedt en als dat allemaal te onderhouden is er een hobby op nalaat als tuinieren of de gemeenteraad. Maar dat wil Betty niet. Betty is veel te jong getrouwd, heeft nog nauwelijks wat van de wereld gezien. Ze is nog steeds heel jong. Ze wil het avontuur van het onbekende, niet de comfort van het bekende, maar haar leven staat dat niet toe; zij moet thuis blijven en eten koken. Niet alleen Betty, maar ook Don, Peter, Roger, Peggy, Joan, allemaal hebben ze hun persoonlijke imperfecties waar ze mee kampen en de strijd tegen gezichtsverlies. Dit gevoel van onderdrukking, het nekt de mens. En niet alleen in Mad Men. Dat gevoel van onderdrukking is heel echt. Het is een van de meest menselijke eigenschappen, zo niet de meest menselijke. Dit conflict is ook ten dele de reden dan zo veel mensen ongelukkig en onzeker zijn over zichzelf. Uiterlijk, intelligentie, kleding, salaris, geluk, te alle tijden wordt van ons verwacht dat we zo perfect mogelijk zijn. Plek voor imperfecties is er niet. De hele reclameindustrie is gebouwd rond het willen verbeteren van die wat gezien worden als imperfecties.

Dat laatste is ook de reden dat Mad Men zich nergens anders dan in de reclamewereld had kunnen afspelen. Het is de ultieme ironie: een serie over de imperfectie van mensen die perfectie creëren. In hun zoektocht naar de menselijke psyche worden de personages van Mad Men geconfronteerd met hun eigen psyche, en daarmee hun eigen innerlijke conflicten. Mad Men leek op het eerste gezicht een ode te zijn aan de jaren ’50 en ’60, waar alle mannen rondliepen in prachtige pakken en alle vrouwen zo beeldschoon als Marilyn Monroe waren, maar net als Marilyn Monroe blijken zij ook niet perfect te zijn. Elk van hen heeft z’n innerlijke demonen, die hij of zij moet zien te overkomen in een wereld die in plaats van dit te faciliteren, z’n kop ervoor in het zand steekt. Het blijken ook maar mensen te zijn. Mad Men is uniek, op de televisie zul je geen enkel kunstwerk vinden wat zo goed laat zien wat het inhoudt om mens te zijn. Hoezeer het z’n tol eist op een mens om te zijn wat hij is, wat hij wil zijn, en wat anderen willen dat hij is. Heb je Mad Men gekeken, dan is het ontroerd wat je zult zijn.

Muziek. Ik hoef het maar te noemen en waarschijnlijk denk je al terug aan een bepaald stukje muziek. Het is overal in ons leven, van de Mozart die je moeder luisterde toen je in haar baarmoeder zat (omdat ze dacht dat jij daar slimmer van zou worden) tot de Purcell op je crematie. In de reis die het leven heet, is muziek een voor iedereen unieke compagnon op wie je altijd kunt terugvallen (behalve als de batterij van je iPod leeg is dan). Daarom wilde ik al een tijdje een afspeellijst maken die deze gedachte bij zich draagt.

In mijn zoektocht heb ik een lijst gemaakt van ongeveer 40 nummers die voor mij iets met reizen te maken hebben. Sommige herinneren mij aan een fysieke reis die ik heb gemaakt. Bijvoorbeeld Mammagamma, die ik uren op heb laten staan terwijl ik door het semi-woestijnlandschap naar huis liep in Alicante, op vakantie in Spanje. Sommige herinneren mij aan een mentale reis die ik heb gemaakt. Bijvoorbeeld It’s My Life, wat in de maanden dat ik A(spirant)-tijd heb gelopen bij mijn dispuut Spiritus Vitalis mij en mijn lichtingsgenoten op de been heeft gehouden. En weer andere herinneren mij aan een virtuele reis die heb gemaakt. Bijvoorbeeld The Adventures of Tintin, het hoofdthema van de televisieserie van Kuifje, wat altijd als ik het hoorde mij weer de lust gaf voor een nieuw avontuur samen met Kuifje en Kapitein Haddock (en professor Zonnebloem!). Maar wat al deze nummers gemeen hebben, is dat het geweldige nummers zijn voor op reis. Lichtvoetig, cordaat, avontuurlijk, enerverend. Ik presenteer u: de afspeellijst van de avonturier.

1. Paradise City – Guns N’ Roses
2. Elevation – U2
3. Pjanoo – Eric Prydz
4. Satisfaction – The Rolling Stones
5. Smoke on the Water – Deep Purple
6. Spike in a Rail – Darren Korb
7. Sweet Home Alabama – Lynyrd Skynyrd
8. Free Bird – Lynyrd Skynyrd
9. Riders on the Storm – The Doors
10. Feel Good Inc. – Gorillaz
11. Rocks Off – The Rolling Stones
12. Bynn the Breaker – Darren Korb
13. The Adventures of Tintin – John Williams
14. Enjoy the Ride – Morcheeba
15. Godzilla- Blue Öyster Cult
16. Ghostrider – Rjd2
17. Tangled Up in Blue – Bob Dylan
18. It’s My Life – Bon Jovi
19. New Coat of Paint – Tom Waits
20. Cammy’s theme – Hideyuki Fukasawa
21. The Hellion – Judas Priest
22. Road Trippin’ – Red Hot Chili Peppers
23. Welcome to the Jungle – Guns N’ Roses
24. Wasted Years – Iron Maiden
25. Ghetto Gospel – 2Pac, Elton John
26. Miami Vice – Vangelis
27. Purple Stain – Red Hot Chili Peppers
28. Extreme Ways – Moby
29. Pink – Aerosmith
30. Baba O’Riley – The Who
31. Till I Collapse – Eminem
32. Go Your Own Way – Fleetwood Mac
33. Kids in America – Kim Wilde
34. Ballroom Blitz – Sweet
35. Suffragette City – David Bowie
36. City of Blinding Lights – U2
37. Alive – Pearl Jam
38. Jumpin’ Flash Jack – The Rolling Stones
39. The River – Bruce Springsteen
40. New York Groove – KISS
41. The Road of Trials – Austin Wintory
42. Mammagamma – The Alan Parsons Project
43. Pursuing My True Self – Shoji Meguro

Men zegt, dat de kunst uit een bepaalde periode tekenend is voor die tijd. Tekenend voor onze tijd is het feit dat alle taboes omtrent seks volledig verdwenen zijn. Je ziet het terug in tv-shows van 30 jaar geleden: een ontblote enkel was al voluptueus, laat staan een ontblote borst of vagina. Tegenwoordig kan alles. Je zou kunnen beargumenteren dat dat heeft geleid tot de perversie van de samenleving, het argument aanvullende met de porno- en marketingindustrie als voorbeeld.

Dit argument heeft echter nog steeds de Joods-Christelijke beginselen in de wortels zitten, die nu godzijdank langzaamaan verdwijnen. Het Christendom bagatelliseert het leven en zegt dat het slechts een voorbode, een test is, dat het leven op aarde in het niet valt bij dat in de hemel. Lust, de viering van het lichaam en daarmee het leven, is daarom in directe strijd met het Christendom. Geen wonder dat het Christendom lust dan ook als een van de zeven hoofdzonden heeft afgeschilderd. Het resultaat van deze doctrine is dat seks eeuwenlang in de schaduwen heeft moeten leven. Nu dat verrotte Christendom eindelijk z’n greep op de mensheid aan het verliezen is, zien we seks in de maatschappij weer terugkomen. Niet langer is seks beschamend of schokkend, maar mooi, prachtig en zeer prettig.

De grootste proponent van deze visie is Californication. Waar Californication eigenlijk over gaat, is de worsteling van de maatschappij (gezien door de ogen van Hank Moody, een schrijver en daarom kroniekschrijver van het leven anno nu) met z’n oude taboes naar de verlichte status van de Oudheid die we sinds de Renaissance terug proberen te krijgen. Hank Moody is daarin wat ik noem de Nieuwe Man. De Nieuwe Man begrijpt hoe het zit: seks is mooi, prachtig en zeer prettig. En hij weet veel vrouwen tot seks te praten omdat hij die nonchalance omtrent seks uitstraalt. Niet alleen dat natuurlijk, want wat belangrijk is, is De Nieuwe Man z’n immense respect en liefde voor het vrouwelijk ras.

Alle mannen zijn uit een vrouw ontstaan. Dat lijkt heel vanzelfsprekend, maar dat lijkt men nog wel eens te vergeten. Niet alleen in de luchtigheid waarmee sommige mensen elkaar de dood toewensen, maar ook vooral in hoe de vrouw wordt geobjectiveerd door veel mannen. De Nieuwe Man is geen feminist, maar erkent juist de verschillen tussen man en vrouw. Er is niets zo vrouwonvriendelijk als de stelling dat vrouwen gelijk zijn aan mannen. De Nieuwe Man is de ultieme gentleman: hij erkent de vrouw als z’n gelijkwaardige, zonder haar als z’n gelijke de beschouwen.

De tragiek van Hank Moody zit ‘m in het feit dat hij die Nieuwe Man is in een wereld die nog niet klaar is voor ‘m. In de zoektocht naar het ideaal, zijn we als maatschappij verdwaald geraakt. Seks werd voor veel mannen een prestatie, een middel om aanzien te krijgen, en een vrouw een object om dat aanzien te vervaardigen. Vrouwen zijn daarin meegegaan, omdat het ze op een bepaalde manier superioriteit gaf over mannen: zij hadden iets dat mannen wilden. Liefde werd een sprookje, en sprookjes werden onzin.

Het is de taak van de Nieuwe Man om dit recht te zetten, maar Californication leert ons dat dat helaas niet zo simpel ligt. Sommige vrouwen maken misbruik van z’n ridderlijkheid, sommige weten niet wat ze ermee aan moeten. Hank Moody is de ultieme romanticus, in de zin dat hij zoekt naar een liefde waarvan hij weet dat hij er niet (meer) is, en het verscheurt hem. Dat maakt, tussen alle grapjes over seks, Californication een bitter en hard testament van onze huidige tijd. Ik krijg een brok in m’n keel als ik denk aan hoe het met Hank Moody af zal lopen. Ik duim in ieder geval voor ‘m.

De wind danst met de witte gordijnen
Ook de zon komt door het raam naar binnen
De avond als een eeuw geleden
Komen we beide weer tot zinnen

Eerst ontwaak jij uit je slaap
Als een poes rek je je rijkelijk uit
Waarna je gauw weer onder de dekens kruipt
En je spinnend vastklampt aan mijn huid

Ik word met een schrik wakker
Waardoor jij schadelijk maar schattig lacht
En de ravissante blik die je me toen gaf
Deed me weer denken aan afgelopen nacht

Een puurdere en mooiere liefde
Was er nog nooit door twee mensen bedreven
Kon ik tijd en ruimte manipuleren
Dan was ik voor altijd in dat moment gebleven

Terwijl ik door de rode vlammen van je haar streel
Vraag je of gisteravond alles naar wens was
Ik antwoord: “Wat te zeggen over iets zo volmaakt
Als de geur van versgemaaid gras.”

Een zoen is het laatste dat je me geeft
Voordat je het bed verlaat
Van de grond pak je m’n overhemd
Je had moeten zien hoe wulps ‘t je staat

Je lange benen gaan richting de douche
Inmiddels weten ze wel waar die is
De mijne blijven nog even in bed liggen
Contempleren over onze verbintenis

Van alle raad die ik wijselijk heb genegeerd
Is er een ding wat het leven me geleerd heeft
Je kunt betreuren wat het leven je onthoudt
Of genieten van wat het je wel geeft

Er schijnt een aversie te heersen tegen Facebook’s nieuwe interpretatie van de profielpagina genaamd Timeline. Op deze tijdlijn staan al je activiteiten in chronologische volgorde: welke muziek je hebt geluisterd, waar je naartoe op vakantie bent geweest, met welke mensen je bevriend bent geraakt. Ik ben werkelijk benieuwd waarom, ik ben namelijk een groot voorstander van Timeline. Dit is waarom.

Om Timeline te begrijpen, moet je je bedenken waar een profielpagina voor dient. Eerst was je profielpagina hetzelfde als je nieuwsstroom, met de uitzondering dat het de nieuwtjes betreft die over jou gaan. Jij hebt gereageerd op, jij hebt toegevoegd dit, et cetera. Een duf prikbord. Maar wie jij bent, is niet alleen wat je doet. Een mens is een culminatie van ervaringen en vriendschappen. Je leven, een tijdlijn die je zelf invult met ervaringen, gedachten, ideeën, vriendschappen. Timeline is daar de perfecte illustrering van. Timeline is een veel puurdere, een veel menselijkere manier om samen te vatten wie wij zijn als mens. Als mens heb je duizenden redenen om te staan waar jij staat. Duizenden ervaringen, gedachten, ideeën en vriendschappen hebben jou gemaakt tot wat jij bent. Die maken jou jij, en Timeline weet dat en beeld dat ook een visueel aantrekkelijke en meteen duidelijke manier uit. Behulpzaam hierbij is Timeline’s grotere nadruk op illustraties en foto’s, die de profielpagina een levendiger kleurenpalet geven en over het algemeen aansprekender zijn dan tekst. De vormgeving is veel strakker en simpelweg beter. Het past perfect in de trend van de laatste vijf, tien jaar dat de inhoud het ontwerp wordt. Jouw gebeurtenissen geven letterlijk vorm aan jouw levensdraad, jouw tijdlijn.

Daarnaast houden mensen van zichzelf uitdrukken. Kijk maar naar kleding, gadgets, interieurs, haarstijlen of auto’s om van dit feit overtuigd te worden. Hyves begreep dit erg goed, in de zin dat je de volledige vrijheid kreeg om je profielpagina naar eigen wens in te vullen. De achtergrond, de kleur van de vlakken, de omlijning van de vlakken, de kleur van de omlijning van de vlakken, alles was zo gemaakt dat jij het kon maken zoals je zelf wilt. Het probleem van deze all-in-aanpak was echter dat niet ieder mens een professionele webdesigner is, en dus was het een zeldzaam fenomeen om een profielpagina te vinden die er mooi uit zag. De gebruiker werd overspoeld met zo veel opties dat het averechts werkte op de expressiedrang. Facebook was precies het tegenovergestelde: alles lag vast, alleen je eigen profielfoto mocht je nog net wel zelf kiezen. Dat is te weinig vrijheid om jezelf naar wens te kunnen uitdrukken. De omslagfoto van Timeline is daarin de gulden middenweg: de strakke, blauwe stijl van Facebook blijft gewaarborgd (en het design blijft dus consistent en blijft dus mooi), maar gebruikers hebben nu wel een extra mogelijkheid om hun creativiteit en persoonlijkheid in meer uit te drukken dan alleen hun profielfoto en zich te onderscheiden van anderen.

Timeline getuigt van het feit dat designers beginnen te begrijpen hoe een goed user interface te maken. Voorheen moesten interfaces geleerd worden, omdat de techniek zo beperkt was. Mensen moesten de taal van de computer spreken om hem te gebruiken. Timeline, maar ook bijvoorbeeld de iPhone en iPad, zijn voorbeelden van interfaces die niet geleerd hoeven te worden, maar zich aanpassen aan de mens. Een echte human interface. Timeline is niet ideaal, verre van, maar het is een voorbode voor meer van dit soort mensgerichte techniek. Ik prisj mijzelf gelukkig dat ik erbij kan zijn om die ontwikkeling mee te maken.

“Dit is mijn ziel, mijn leven en mijn hart, en op mijn eigen manier bewandel ik nu mijn pad.” – Yes-R

Vaak als ik videogames speel, raak ik gefrustreerd. Gefrustreerd, niet omdat het geen leuk spel is, juist omdat het slechts dat is: een leuk spel. Dat zelfs wat als hele goede games beschouwd worden dermate platvoers zijn dat je slechts loze beschrijvingen als ‘leuk’, ‘episch’ en ‘awesome’ kunt geven aan wat die videogames met je doen. Waarom, als ik kan schaterlachen van een boek, in huilen kan uitbarsten van een film, intens gelukkig kan worden van een mooi standbeeld, waarom is het emotionele palet van games dan zo monochroom?

Verheldering in deze zaak vinden we bij de filosoof Immanuel Kant, die het een en ander of esthetisch genot heeft geschreven. De distinctie die Kant maakt, is tekenend voor bovengenoemd probleem. Die distinctie, is esthetisch genot op basis van sublimiteit en ethetisch genot op basis van schoonheid. Met sublimiteit wordt grootsheid bedoelt: verwondering op basis van schaal. Een gigantisch kasteel, of een enorme draak, of een grote explosie. Een enorm plot valt hier ook onder: de wereld moeten redden is ook sublimiteit op basis van schaal. Videogames maken tot op heden gebruik van deze vorm van esthetiek: grootse verhalen over de genocide van al het leven voorkomen, grootse vuurgevechten en explosies, grootse wapens en uitrustingen, grootse kathedralen, grootse eindbazen. Groot, groter, grootst. Alles moet groter! Ik beweer niet dat dit een inferieure manier van esthetisch genot is. Natuurlijk is het fantastisch om een wereld vol avontuur en spanning in te trekken met enkel een zwaard en schild. Het enige dat ik hiermee zeggen wil is: er is meer. Er kan meer met games dan alleen gebruik maken van de technieken die Homerus millennia geleden al geperfectioneerd heeft.

Journey is in zijn opzet een heerlijk simpel spel: jij bent een figuur gehuld in rode klederdrachten, de woestijn doortrekkend naar het aan de horizon immer aanwezige witte licht op de top van de berg. Het krachtige van Journey is, dat het sublimiteit en schoonheid combineert. Op een heuveltop de uitgestrekte vlakten van de woestijn zien, is subliem, maar het is tevens heel schoon. Journey maakt gebruik van sublimiteit zonder er van afhankelijk te zijn, omdat alles wat je doet en mee interacteert pure schoonheid is. Net als schilderijen, kunnen videogames op meerdere manier een vertelling overbrengen. De klassieke manier is die d.m.v. een verhaal. Denk aan een schilderij van Adam en Eva: dat leunt op het verhaal van Adam en Eva en z’n vertelling is die van een verhaal. Er is echter ook een ander type vertelling: een op basis van gevoel. Moderne kunst, zoals Rothko, vertelt vaak niet een verhaal, maar ontlokt een gevoel, een reactie. Hetzelfde geldt voor klassieke muziek, of dus Journey. Journey is niet alleen voor de gamesindustrie uniek, maar voor de hele kunstgeschiedenis in de zin dat er nog nooit een videogame is geweest die het ethetisch genot en de vertelling n.d.h.v. een gevoel zo verfijnd en emotioneel aangrijpend weet te combineren. Het resultaat is een kunstwerk dat vanaf de eerste seconde tot de laatste de speler onderdompelt in pure esthetische schoonheid en honingzoet geluk.

Journey was al een fantastisch spel geweest, als het slechts in je eentje te spelen zou zijn. Journey is echter ook te spelen met een ander. Deze partner wordt voor je uitgekozen van het Playstation Network en kan op elk willekeurig moment van je reis z’n intrede doen in je leven.
Communicatie tussen jou en je partner is in Journey tot z’n essentie teruggewerkt: op basis van handeling. De enige manier op verbaal te communiceren is door middel van het maken van een geluid door een knop in te drukken. Door de knop langer ingedrukt te houden, maak je de kreet luider. Het is bijzonder om te zien hoe met zulke geringe communicatiemogelijkheden er toch een taal ontstaat die uniek is voor jouw relatie met je partner. Zo ging ik, wanneer ik bijvoorbeeld een geheime doorgang had gevonden, de knop eerst tweemaal kort achter elkaar indrukken en daarna een derde keer, iets langer daarna. Fo-llow. Me. Toen voor mijn partner duidelijk werd dat als ik dat deed, ik naar een geheim toe ging dat hij gemist had, was het voor ons mogelijk om elkaar te helpen geheimen te vinden. Als we dat gedaan hadden, maakten we twee nonchalante korte kreetjes. Thank. You. Die interactie met elkaar wordt steeds complexer, maar blijft juist een hele primitieve en daardoor een hele pure relatie. Je voelt dat je naar elkaar toe groeit. Samen maak je zo veel mee op je reis. De verwondering, de ontroering, de lol, de spanning, de nieuwsgierigheid, de angst, het verdriet. De affectie die je voor elkaar krijgt, is zo bijzonder. Zo echt. Ik ken hem niet: ik weet niet hoe hij heet, ik weet niet waar hij woont, hoe oud hij is, of het een man of vrouw is. Ik weet niet wat zijn passies zijn, wat zijn sterke kanten zijn, wat zijn zwakke kanten zijn. Ik weet niet of hij ooit verliefd is geweest, of z’n hart ooit gebroken is, of hij ooit zelfmoord heeft willen plegen. Ik ken hem niet, maar ik voel dat ik al meer van hem begrijp op emotioneel en intellectueel niveau en hij van mij dan mijn eigen familie.

Wanneer dan uiteindelijk m’n reis voorbij is, en ik samen met m’n partner langzaam naar het witte licht toe loop, het einde in zicht, dooft de muziek langzaam. Mijn partner en ik weten allebei dat dit het einde is. Dat we, na zo veel samen meegemaakt te hebben, elkaar hierna waarschijnlijk nooit meer zullen zien. Nu pas weet ik uit te drukken hoe ik me voel over die uren samen. Nog snel roep ik drie korte kreten. I. Love. You. Ik kan ‘m bijna niet meer zien. Zou hij het gehoord hebben? Zou hij me begrepen hebben? Bijna volledig uit het scherm verdwenen, is het laatste wat ik van hem hoor, van hem nog zal horen, vier kreten terug. I. Love. You. Too. En hij is weg. De aftiteling begint, en ik sluit m’n ogen en laat een traan. Een traan, niet van verdriet, maar geluk.

In de tragische komedie die het leven heet, hebben we allemaal onze rol. We komen op het podium, enkel om er weer af te gaan. Het vertrek van een geliefde is daarom geen reden tot verdriet. Alles eindigt. Betreur daarom niet het einde, maar geniet van de reis ernaartoe. Betreur niet het vertrek van een geliefde, maar wees blij dat hij een deel is geweest van jouw reis. Journey is een krachtig testament van deze wijsheid, een die zo sterk is dat ik er tot op mijn sterfbed aan zal denken. Op mijn sterfbed zal ik het tegen mijn reisgenoten zeggen. ‘Herinner niet dat ik weg ben, herinner dat ik er was.’ En ik zal m’n ogen sluiten, en een traan laten. Een traan, niet van verdriet, maar van geluk.

De invloeden van The Godfather zijn in onze huidige maatschappij niet meer weg te denken. “I’ll make him an offer he can’t refuse.” “Leave the gun, take the cannoli.” “In Sicily, women are more dangerous than shotguns.” Stuk voor stuk onvergetelijke scènes, waarvan nog meer persiflages zijn gemaakt dan de mens neuronen heeft om ze te verwerken.

The Godfather is voor mij het schoolvoorbeeld van wat het ideale kunstwerk is, en dat is als volgt: wanneer je het voor de eerste keer ervaart, verandert het je leven. Nog nooit heb je zoiets geweldigs meegemaakt. Nadat je klaar bent met kijken, ga je weer achterover zitten en denkt bij jezelf: “Wow.” Het is echter het teken van een waar kunstwerk, dat wanneer je je dieper in de materie van het kunstwerk graaft, dat je leert dat je nog slechts het topje van de ijsberg hebt gezien, dat er nog een wereld aan fantasme onder de oppervlakte schuilt. Dit gevoel is voor jullie waarschijnlijk wel herkenbaar in de context van het luisteren naar je favoriete muziek: de eerste paar keer dat je een nummer luistert, ben je er helemaal weg van. Het nummer neemt je mee naar een bepaalde plek, een bepaald gevoel. Naarmate je het nummer vaker hoort, raak je meer en meer bekend met hoe het nummer zich ontwikkelt. Het is dan, dat je op een gegeven moment je meer gaat richten op de lyrics en wat ze betekenen. Dan blijkt daar ook nog een heel mooi verhaal achter te zitten en/of een hele krachtige boodschap. Niet alleen de lyrics, maar daarna ook de melodie van de gitaar, en het ritme van de basgitaar en de drums springen er ineens uit. Of misschien hoor je ineens dat er heel subtiel een piano op de achtergrond speelt, of een tweede gitaar. Daarna hoor je dat de gitaar lage noten speelt in de eerste coupletten, wanneer de zanger triest zingt, maar hogere noten speelt wanneer de zanger de hoopvolle verzen in het laatste couplet zingt. Waar het nummer eerst een puur geheel leek, blijkt het juist veel meer te zijn dan dat: een geweldige harmonie van instrumenten, melodieën en ritmen die het geheel verheffen boven de som van z’n delen. Dat besef, dat gevoel, dat magische en fantastische gevoel, dat is wat kunst met je doet. En onder die beschrijving mag The Godfather zonder twijfel een van de grootste genoemd worden, een ware joie de vivre, een ware raison d’être.

We beginnen bij het begin van de film, bij de allereerste scène van de allereerste akte. De scène begint met alle ogen naar Bonnasera, die vertelt over zijn dochter die mishandeld is en waar hij om rechtvaardigheid vraagt aan Vito Corleone. Echter, omdat wij dat nog niet weten aan wie hij het vertelt, vertelt Bonnasera dat ook aan ons. Langzaam neemt de camera afstand en zien we de man naar wie Bonnasera zich richt: Vito Corleone. Instinctief weten wij dat Vito de hoofdpersoon is en direct beleven wij de de rest van de film via zijn perspectief. Dit bekrachtigt het doel van de eerste “akte” van de eerste film: het neerzetten van Vito Corleone als ons referentiekader van wat een godfather moet zijn. Hij zal in de eerste akte dan vooral sterk aanwezig zijn. De eerste akte is daarin vooral een akte van introducties, waar de trouwerij van Connie, de dochter van Vito, de perfecte manier is om te beginnen met de film, om meteen een groot deel van de gang van zaken uit te leggen. De eerste scène is gedomineerd door schaduw en het duiste karakter dat het schaarse lichtgebruik suggereert. Dit staat in groot contrast met het prachtige weer buiten, waar alles licht is, zowel qua lichtvoorziening als qua sfeer. Buiten, op de oppervlakte, is alles ludiek en vrolijk, maar binnenin het huis wordt de molestatie van twee jongens van waarschijnlijk nog geen 20 jaar oud afgesproken. Dit contrast tussen werk en familie is een vaak terugkomend thema in de trilogie. Later in de akte zal bijvoorbeeld ook blijken dat in de familie van Vito er niet over zaken wordt gesproken aan de eettafel. Connie zegt daarin specifiek dat “papa nooit over zaken praat aan de eettafel”, wanneer haar echtgenoot Carlo erover begint. Vito, ons referentiekader van wat een godfather is, is dus sterk voor een scheiding tussen werk en familie. Wat opvallend is, aangezien zijn zonen net zo’n deel zijn van zijn werk als hijzelf. Later zal de film (en ik trouwens ook) dit verhelderen.

We leren uit de eerste scène nog enkele dingen die ik nog niet heb genoemd. Een belangrijke eigenschap van Vito is zijn houding tegenover beloftes en schuld. Wanneer Bonnasera aan Vito vraagt om de dood van de twee jongens die zijn dochter hebben gemolesteerd, is Vito duidelijk over twee punten: Bonnasera vraagt aan Vito een dienst. Dat maakt Bonnasera automatisch ondergeschikt aan Vito in de onderhandeling. Het is daarom logisch, dat Vito respect verwacht van Bonnasera. Als ik van iemand geld wil lenen, stap ik per slot van rekening ook niet naar hem toe met de woorden: “Gast, leen me even wat geld ja?” Als ik dat zou doen, kan ik een antwoord als: “Flikker op, haal maar ergens anders geld vandaan.” verwachten. En terecht. Vito hecht dus veel waarde aan respect in de communicatie tussen personen. Punt twee is dat Vito volgens de wet wellicht een crimineel is, maar desalniettemin in zijn ogen rechtvaardig handelt. Daarom weigert hij ook het originele aanbod van Bonnasera, om de jongens te vermoorden. Dat is niet rechtvaardig, want Bonnasera’s dochter leeft nog. De twee jongens doen lijden zoals zijn dochter dat ook doet, is in de ogen van Vito echter wel rechtvaardig. Dit is het standpunt dat de film inneemt, waar je het vanzelfsprekend mee eens kunt zijn of niet. De reden dat Vito dit standpunt echter inneemt, is ook dezelfde reden dat Vito zichzelf en zijn werk niet ziet als moreel fout. Hoe Vito deze levenshouding heeft aangenomen, wordt besproken in de tweede film en ik laat het dus nog even in het midden.

Wat weten we van Vito’s persoonlijkheid tot op dit punt?
- Hij trekt een duidelijke lijn tussen werk en familie
- Hij vindt zichzelf geen crimineel, omdat hij doet wat voor hemzelf rechtvaardig is
- Hij hecht waarde aan respect en rechtvaardigheid tegenover mensen

Vito zelf maakt al de onderscheiding tussen werk en familie. Het is daardoor aannemelijk dat Vito een scheiding van persoonlijkheid heeft, of beter gezegd dat hij zich anders gedraagt bij z’n familie dan in z’n werk. Het antwoord daarop is zowel ja als nee. Nee, omdat je persoonlijkheid, ondanks z’n verschillende eigenschappen, nog steeds één geheel is. Ik herinner me vaag een film met Tom Hanks als soldaat, waar de frictie tussen z’n rol als vader en z’n rol als soldaat centraal staat. Volgens mij vroeg z’n zoon hem of hij hoofdzakelijk een goede vader wil zijn, of hoofdzakelijk een goede soldaat. Tom Hanks zei daarover: “Ik hoop dat goed zijn in het ene, mij beter maakt in het andere.” Die zin weerspiegelt perfect wat Vito ook bedoelt als hij z’n peetzoon Johnny Fontane en later ook z’n zoon Michael vraagt of ze genoeg tijd spenderen met hun families. Hij zegt daarover: “Someone who doesn’t spend time with his familie, can never be a real man.”, betekende dat een echte man niet een bonk spieren is dat geen emoties toont. Integendeel zelfs.

Dit is een cruciaal moment in de film, omdat dit de eerste keer is dat Vito, ons referentiekader voor wat een godfather is, zich uitspreekt over wat een man moet zijn. Het is dit moment, dat de klik gemaakt wordt tussen Vito als referentiekader voor een godfather en als referentiekader voor een man. Dit is wat de regisseur Francis Coppola bedoelt wanneer hij zegt dat The Godfather niet een simpel maffia-epos is, maar een familiedrama. Het is ook vanuit die invalshoek dat ik de trilogie verder zal analyseren. Vito is typisch Italiaans in z’n standpunt tegenover familie. In Italië is je familie een sterk verbond. Je familie laat je nooit in de steek, kun je altijd vertrouwen. Het is geen toeval dat kinderen in Italië het langst nog thuis blijven wonen in Europa, iets wat je Nederland absoluut niet ziet. Daarom wordt Vito ook bijna onuitgezonderd getoond omringd door familie. Deze houding tegenover familie draagt Vito ook over in z’n werk: de “familie” is een hechte groep die jij beschermt en die jou beschermt. In de tweede film zal op tragische wijze blijken waarom dit niet altijd het geval is, maar die uitleg blijf ik je voorlopig verschuldigd. Een voorbode is echter een fantastische scène waarin Clemenza, een van de capo’s van Vito, een verrader in de familie moet omleggen, Paulie (Paulie had zich namelijk ziek gemeld, zodat Vito later aan het eind van de eerste akte vermoord kan worden). Even voordat Paulie wordt vermoord net buiten New York, heeft Clemenza cannolli gehaald voor thuis. Nadat Clemenza en de moordenaar van Paulie willen vertrekken (met een andere auto), zegt Clemenza: “Leave the gun, take the cannolli”, wat de frictie tussen werk en familie op een mythisch goede wijze verwoord.

Met dat laatste beetje informatie valt de complete boodschap van Vito in de eerste Godfather-film te ontcijferen. Dit is in feite wat Coppola wil zeggen in de eerste akte:
- Ken altijd het verschil tussen werk en familie, tussen zakelijk en persoonlijk.
- Wees daarom sterk en daadkrachtig in je werk, maar blijf rationeel en kalm als het om zaken gaat. Gebruik je hoofd, niet je hart. Wees altijd respectvol en rechtvaardig.
- Wees daarentegen kordaat, liefdevol en vertrouwensvol in je familie. Durf je over te geven aan emoties.

Wijze levenslessen, maar daar houdt de film niet op. Niet voor niets begint de film wanneer Vito al in de avondschemering van zijn leven is. Enerzijds zodat hij ons kan leren wat hij heeft geleerd in zijn leven, maar belangrijker om te kunnen zien wat er gebeurt als we zijn advies niet opvolgen in ons leven. De film doet dit door middel van de zonen van Vito. Zij zijn Vito’s nalatenschap, zijn hoop om voort te zetten wat hij heeft getracht te doen. De vier zoons worden elk behandeld in de film, waarna er één triomfantelijk blijkt. Dit is een belangrijk thema wat de hele trilogie lang wordt uitgebreid en wordt geïntroduceerd in de tweede akte van de eerste film. De eerste akte eindigt met de mislukte aanslag op Vito. Vito wordt doorzeeft met vijf kogels terwijl hij sinaasappels koopt (oranje wordt ook in de rest van de trilogie vaak gebruikt als voorbode van de dood). Zelfs als hij het overleeft, is ‘t duidelijk dat hij niet meer in staat is een familie te leiden. Dit luidt het begin van de tweede akte in, waarin de vier zoons worden getest op hun capaciteit om de opvolger van Vito te zijn.

Als eerste Fredo dan maar. Aan hem wordt in de eerste film vrij weinig aandacht besteed, waarschijnlijk omdat hij ook de meest onwaarschijnlijke kandidaat is. Vanaf het begin af aan voel je het: hij is een beetje maf, hij heeft geen charisma, hij is niet knap, slim of sterk. Volgende, schreeuwt de film. (Fredo zal in de tweede film een grote rol gaan spelen, maar is in deel 1 vrijwel afwezig). Dan Tom Hagen. Tom is een geval apart: hij is Duits-Iers, geadopteerd door Vito. Hij is altijd als een zoon geweest, maar z’n opvolger had hij nooit kunnen worden. Dat is jammer, want hij is duidelijk intelligent genoeg (hij is per slot van rekening de consiglière, de adviseur, van de familie), maar de vraag is of hij daadkrachtig genoeg is, of hij niet te voorzichtig is. Zowel Santino als Michael zeggen hetzelfde tegen en over hem: hij is geen “war time consiglière”, wat inhoudt dat hij niet de daadkracht heeft om een beslissing te maken wanneer alles op het spel staat. In tijden van vrede tussen de verschillende maffiafamilies is hij een goede consiglière, maar in een oorlog of in een koude oorlog is hij niet genoeg een alfa-man om te leiden. Santino is daarin wel misschien het tegenovergestelde van Tom: hij is daadkrachtig, een typische alfaman, maar hij is roekeloos. Hij kan de lijn tussen zakelijk en persoonlijk niet onderscheiden, kan zichzelf niet controleren en gaat teveel uit van z’n impulsen. Dit blijkt voor hem een fatale combinatie: uit woede rijdt hij zonder bewaking naar het huis van Connie (waar ze is mishandeld door Carlo, een valstrik van een rivallerende familie) en wordt vermoord, nee geslacht, bij een tolpoortje. Daarnaast is hij ook nog eens schuldig aan zijn eigen moord, omdat het Santino was die de zoon van de rivalliserende familie heeft laten vermoorden. Een oog voor een oog. Dat Santino ook niet geschikt is in theorie al duidelijk voor zijn moord (Vito is daar later in de film tegen Michael heel duidelijk over), maar hij is wel de minst slechte keuze, omdat Michael eigenlijk ook geen keuze is. Ouders willen hun kinderen altijd geven wat ze zelf nooit hebben gehad. Vito wil dat Michael z’n potentie waarmaakt, die hoger ligt dan het hoofd zijn van een maffiafamilie.

De aanslag op Vito’s leven plaatst Michael echter in een situatie waar hij betrokken raakt met de familiezaken. Zijn potentie als godfather ontwaakt wanneer hij komt met een plan om de opponent van de familie, Solozzo, te vermoorden. Je ziet te transformatie gebeuren, hoe hij in z’n stoel in de beroemde Michael Corleone-houding gaat zitten: onderarmen op de leuningen, rechterbeen over het linkerbeen geplaatst, kin omhoog. Plots zien we een hele andere kant van Michael: intelligent, rationeel, twijfelloos, daadkrachtig, moedig. Niet langer is Michael het kleine broertje, maar de admirabele man die later de titel van godfather zal krijgen. De film heeft z’n keuze gemaakt, de knoop is doorgehakt. De teerling is geworpen, om met Caesar te spreken.

De film bevestigt dit door een stukje cinematografie, net zoals dat in de scène wordt gebruikt om Vito als de hoofdpersoon neer te zetten. Ik heb het over de beroemde scène in het kleine restaurantje Louis, waar Michael met een pistool liggende op het toilet de drugsbaron Solozzo en de corrupte politiekapitein McCluskey vermoordt. Michael heeft het pistool gevonden en keert terug naar de tafel met Solozzo en McCluskey. Solozzo begint te praten, maar wij en Michael luisteren al niet meer naar wat hij zegt. In plaats daarvan horen we de achtergrondruis, de metro en de mensen steeds luidruchtiger worden. De wereld, tezamen met de camera, sluiten in op Michael. Langzaam worden we één met Michael. En dan staat hij op. Al het geluid is ineens weg, alsof het wat er komen gaat afwacht. En dan dat ene schot. In het voorhoofd van Solozzo, daarna twee in McCluskey. Michael loopt weg, laat z’n pistool vallen. De transformatie is voltooid: Michael is vanaf nu ons hoofdpersoon en de rest van de trilogie is zijn verhaal. Dit concludeert de tweede akte.

De derde en laatste akte is de akte waarin alle preparaties worden gemaakt voor Michael om godfather te worden. Dat bedoel ik zowel letterlijk als figuurlijk: letterlijk, in de zin dat de aanslag op Solozzo en McCluskey de Corleone-familie in de positie van het zwarte schaap heeft geplaatst, waardoor de andere vijf families hen liever opgeruimd heeft dan een oorlog tussen de families willen riskeren. Het moet weer rustig worden, zodat Michael risicoloos terug kan keren naar Amerika (hij is na de aanslag ongeveer twee jaar naar Sicilië gegaan om de strijd om New York die hij heeft gestart te mijden). Dit was nodig, volgens Clemenza. “Gets rid of the bad blood.” Andere noodzakelijkheden in het verhaal zijn de dood van Santino en later ook Vito. Santino moest dood om de schuld tussen de Corleone-familie en de Barzini-familie te vereffenen (omdat Santino de zoon van Don Barzini had laten vermoorden) en zo de oorlog te stoppen voordat hij had kunnen beginnen. Vito moest helaas ook dood, simpelweg omdat zijn tijd erop zat. Oud en zwak had hij in principe nog wel wat maanden kunnen leven in het verhaal, maar zijn dood was het laatste puzzelstukje dat nodig was voor de aanwijzing van Michael als Don Corleone. Voor de film om niet met een open einde te eindigen, moeten er nog twee dingen gebeuren: Tessio, een andere capo van Vito’s tijd en die Michael wil laten vermoorden, moet weg, en voor de Corleone-familie om opnieuw de positie als grootste familie in New York te verkrijgen moeten de vijf Don’s van de vijf maffiafamilies ook publiekelijk opgeruimd worden. Deze massamoord wordt treffend gedaan, terwijl Michael in de kerk wordt gedoopt als de peetvader van zijn neef. Er zit natuurlijk een verschil in wat de kerk ziet als een peetvader (Nederlands voor godfather) en wat de term godfather in de maffia inhoudt, maar de immens grote contradictie tussen de twee termen en tussen de gelijktijdige aanwijzing tot godfather maakt deze scène zo geweldig.

We zijn daarbij aangekomen op de laatste scène van de eerste film, waar enkele hints worden gegeven over het verdere verloop van Michael’s leven. Michael’s vrouw Kate speelt daarin een essentiële rol. De scène gaat als volgt: Connie is er min of meer achter dat Michael haar man Carlo heeft laten vermoorden (omdat hij de dood van Santino heeft mogelijk gemaakt), zijn zwager, de man van z’n zus, de vader van z’n peetkind. Kate is erbij wanneer Connie Michael hiervan beschuldigt. Michael schildert Connie af als hysterisch, maar Kate gelooft het niet, en vraagt Michael of het waar is. Michael wil echter niet dat Kate, een vrouw, zich bemoeit met zijn werk, maar voor deze ene keer mag Kate Michael iets vragen over z’n werk. Ze vraagt Michael of hij Carlo heeft laten vermoorden, en Michael liegt glashard tegen z’n eigen vrouw en zegt dat hij dat niet heeft gedaan. Kate omhelst hem, en gaat naar de andere kamer om een drankje te halen (om z’n doping tot peetvader te vieren). Op dat moment komen er enkele maffiafiguren in Michael’s kamer, die Michael’s hand kussen en zo hun leven dediceren aan de nieuwe Don Corleone. Het laatste wat de kijker ziet is Kate, die de harde realiteit door de deuropening ziet, voordat de deur voor haar gesloten wordt en waarop treffend duidelijk wordt gemaakt dat ze Michael officieel kwijt is. Michael zoals zij hem kende is niet meer, alleen Don Corleone is overgebleven. Dit is de meest indrukwekkende manier waarop de deur in de film een afscheiding is tussen man en vrouw, tussen werk en familie.

Dat is het einde van wat zonder twijfel een van de beste films ooit gemaakt kan worden genoemd. Een ware joie de vivre, een ware raison d’être. Ik werd bijna kwaad wanneer ik hoorde dat deze fantastische film bijna het daglicht niet gezien zou hebben, omdat de aandeelhouders dachten dat het niet goed zou verkopen. Maar goed, de film is er uiteindelijk toch gekomen en heeft de wereld zoals wij hem kennen zo veranderd dat we ‘m niet meer zouden herkennen zonder.

En toen moest er een tweede deel komen. Je kunt je Coppola al voorstellen aan z’n bureau met de handen in het haar van frustratie. Want hoe een film als The Godfather te overtreffen? Daar, lieve vriendjes en vriendinnetjes, zal ik spoedig over uitweiden. In de tussentijd hoop ik u zoet te hebben gehouden met deze analyse en hoop dat ik weer uw aandacht heb bij de bespreking van deel 2 en 3 van deze geweldige trilogie.

Veel gejuich van pubers met puisten op het internet vandaag. Met goede reden, want het wetsvoorstel Stop Online Piracy Act is van de baan. Dit wetsvoorstel zou de Amerikaanse overheid het recht hebben gegeven om elke website die zij niet leuk vinden te verwijderen van de domeinlijst in het kader van online piraterij, zogenaamd. Te censureren dus. Geen wonder ook dat over de gehele wereld er mensen in protest gingen tegen SOPA en zijn kleine broertje PIPA, de Protect Intellectual Property Act. Noemenswaardige voorbeelden zijn Wikipedia, dat haar hele website een dag niet bereikbaar maakte met de boodschap: “Imagine a world without free knowledge”, en Flickr, dat al haar gebruikers de optie gaf om hun eigen foto’s en foto’s van andere gebruiken de verduisteren. Niet alleen Wikipedia en Flickr, maar ook Google, Wired, Mashable, Reddit, Mozilla. Op 18 januari was heel het internet de gewaarwording van een dystopie.

Het gevaar is nu echter geweken, SOPA is dood! We kunnen weer rustig slapen en intussen alle vier seizoenen van Californication illegaal downloaden! Toch?

Was het maar zo. SOPA is slechts een van de vele gevechten in de oorlog van de gewone mensen zoals jij en ik, en de grote mediamagnaten. We voeren deze strijd al sinds mensen radio-opnames kopieerden op cassettebandjes en ze verkochten als mixtapes. Wij als mensen houden van onze media en de vrijheid om die media te delen met onze naasten. En bedrijven houden van geld, en zijn onverzadigbaar in hun zoektocht naar het verdienen van zoveel mogelijk geld. En dat is prima, dat is hun natuur, daar zijn ze voor, maar dit is in direct conflict met de mens zijn instinct om te creëren en te delen. Wat er gebeurt, is wat er gebeurt wanneer een onstopbare kracht botst met een onbeweeglijk object: niets, en alles.

Problematisch is, is dat de propositie uit gaat van verkeerde data om zijn gelijk te krijgen. Deels kunnen ze er niets aan doen: bedrijven zijn gewoon zo traag dat velen de zo snel veranderende wereld van ons niet bij kunnen houden. Ze zijn nog bezig met begrijpen dat wij digitaal onze media willen gaan consumeren. Langzaam maar zeker begint hier verandering in te komen: muziek is in grote maten al verkrijgbaar online, net als programma’s. Maar films, televisieseries en videogames zijn echter nog maar in hele kleine mate beschikbaar op het internet.
Dit terwijl de mensen de fase van digitalisering allang voorbij zijn: in plaats van media te downloaden op onze harde schijf, streamen we ze van een server van een dienst. Enkele voorbeelden zijn Spotify (muziek), Netflix (films) en OnLive (videogames). Wij zijn er klaar voor, maar zij niet. Het is ook heel logisch dat het moeilijk en vooral ontzettend risicovol is voor met name grote bedrijven als Sony en Microsoft om binnen enkele jaren hun hele bedrijfsstructuur om te gooien. De meeste bedrijven kunnen dit ook niet. Het is eigenlijk heel tragisch.

Waar ik echter geen enkele sympathie voor heb is het feit hoe deze bedrijven leugens gebruiken om te krijgen wat zij willen. Dat ze zo ver gaan als het nagenoeg chanteren van de overheid, is simpelweg schandalig. Een van de meest grove leugens is dat omdat een illegaal gekopieerde film, album, videogame, etc. illegaal gedownload is, de industrie daardoor dat geld misloopt en dat piraterij dus een grote verminking van de economie is. Dit is om twee redenen niet waar. Ten eerste omdat piraterij, in tegenstelling tot stelen, niet het toeëigenen van een object is, maar een digitaal bestand kopiëren is, verliest de industrie geen geld. Als ik een fiets steel, moet die fiets weer opnieuw gemaakt worden en steel ik dus het geld dat de industrie heeft betaald om die fiets te produceren. Die kosten zijn niet aanwezig bij piraterij, dus kost piraterij de industrie geen geld. Ten tweede gaan de proponenten uit van het feit dat elk illegaal gekopieerd bestand het mislopen van een verkoop is, oftewel dat als de mensen het product niet illegaal konden downloaden, ze het zouden kopen. Ook dit is niet waar. Een simpel voorbeeld om dit te illustreren is Photoshop: miljoenen mensen downloaden Photoshop illegaal, omdat het een geweldig programma is dat artiesten de mogelijkheid geeft de meest fantastische dingen te creëren. Maar het is tevens heel prijzig: goedkoper dan 700 euro zul je het zeer waarschijnlijk niet vinden. En dan heb je nog niets eens de net zo geweldige InDesign, Illustrator, Premiere Pro, etc. Van al die mensen die Photoshop voor hun hobby gebruiken, is het deze aanschafprijs simpelweg niet waard. Als Photoshop niet illegaal te downloaden was, zouden die miljoenen mensen Photoshop niet kopen. Zij zouden overstappen naar een goedkopere concurrent, zoals Pixelmator of Acorn, of het op een op papier getekende illustratie scannen houden. In ieder geval niet Photoshop kopen. Denken dat Adobe daarom 700 euro misloopt voor elke illegaal gedownloade versie van Photoshop is kortzichtig en misleidend. Photoshop is dan wel het extreemste voorbeeld wat ik kan bedenken, maar hetzelfde zal gelden voor muziek, films, videogames, televisieseries en andere programma’s.

SOPA was een bedreiging van ons recht tot delen, van ons recht “onschuldig tot het tegendeel bewezen is”, van ons recht op vrijheid. Het recht heeft zegegevierd, voor nu. Wij kunnen even rustig ademhalen, maar sta paraat. Het enige wat nodig is voor kwaad om te zegevieren, is de inactie van het goede.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 305 other followers